Dit concert wordt mede mogelijk gemaakt door Cultuurschakel, het Cultuurfonds en de Gilles Hondius Foundation

Welkom!

Het is vandaag 21 juni, midzomer: de langste dag van het jaar, de dag dat de zomer écht gaat beginnen. Een uitgelezen gelegenheid om jullie mee te nemen op een muzikale reis vanuit de Grote Kerk in Den Haag, die mooie stad achter de duinen, direct gelegen aan zee.

We bieden jullie vanmiddag een zomers programma vol golvende melodieën, dromerige klanken en meeslepende muziek. Van de warme romantiek van Antonin Dvoráks 8e symfonie tot het verstilde Sleep van Eric Whitacre; van de harmonie der sferen van Ralph Vaughan Williams’ Serenade to Music tot de mysterieuze klanken van Nahia Vicente Elordi’s Balea; van het lome Summertime van George Gershwin tot aan zijn spetterende I Got Rhythm waarbij je niet stil kunt blijven zitten. Een mooier begin van de zomer is haast niet denkbaar!

Het programma verloopt langs de lijnen van een zomerse dag. Die dag start in de vroege ochtenduren als de zon al op is en we ons nog eens lekker omdraaien. Na het ontbijt gaan we naar de zonnige duinen, waar de vogeltjes fluiten, het gras geurt en de zee in de verte ruist. We lopen huppelend en zingend verder de duinen in richting het strand.

Vanaf de duintoppen kijken we uit over de zee die nooit rust en altijd boeit. Nadat we onze boterhammen hebben opgegeten lopen we het bos weer in, waar we een dansje maken tussen de bomen en in de zon uitrusten op een open plek. Moe van alle indrukken gaan we huiswaarts, waar we even bijkomen. We kleden ons mooi aan en gaan op deze zwoele avond nog heerlijk dansen. Wat een bijzondere, prachtige dag!

De muziek wordt gedirigeerd door Arne Visser en Patrick van der Linden, en wordt door Petra van de Leur met teksten aan elkaar geknoopt.

We wensen jullie een inspirerend concert en een prachtige zomer toe!

De besturen van het Bataafs Symfonie Orkest, het Valerius Studentenorkest en het Haags Toonkunstkoor

Programma

Meer informatie over

Eric Whitacre (1970) – Sleep

Whitacre werd geboren in Reno (Nevada) en volgde als kind wat pianolessen. Later speelde hij synthesizer in een techno-popband en droomde hij ervan een rockstar te worden. Na de nodige aarzeling ging hij in zijn studietijd bij een koor. Hij ervoer de eerste koorrepetitie als een keerpunt in zijn leven en besloot muziek te gaan studeren: compositie en koordirectie. Na diverse stukken koormuziek schreef hij in 1993/94 zijn eerste compositie voor blazersensemble, Ghost Train, wat direct een groot succes werd. Hij besloot professioneel componist te worden en schreef sindsdien talloze koorwerken, naast enkele tientallen stukken voor orkest, blazersensemble en film.

Naast zijn composities heeft Whitacre diverse muzikale projecten opgezet. Vooral zijn “virtuele koren” zijn bekend geworden: die creëerde hij als combinatie van afzonderlijke video-opnamen van individuele zangers van zijn stukken. Het eerste virtuele koor (2010) had 185 zangers uit 12 landen, het tweede virtuele koor (2011) zong Sleep met meer dan 2000 stemmen uit 58 landen. Er volgden nog zes virtuele koren, het laatste had maar liefst 17.572 zangers.

Whitacre heeft werken geschreven voor onder meer het London Symphony Orchestra, de Los Angeles Master Chorale, de Tallis Scholars, de King’s Singers, de Dallas Winds, het Berlin Rundfunkchor en het Minnesota Orchestra. Hij dirigeerde ook diverse koren en orkesten en won verschillende prijzen met zijn composities en uitvoeringen.

De muziek voor Sleep is oorspronkelijk in het jaar 2000 geschreven voor a capella koor, in opdracht van de advocaat en professionele zangeres Julia Armstrong, ter nagedachtenis aan haar ouders. Op haar suggestie gebruikte Whitacre daarbij de tekst van een gedicht van Robert Frost, Stopping by Woods on a Snowy Evening. Toen hij ontdekte dat die tekst nog onder copyright viel, vroeg hij Charles Silvestri om een nieuwe tekst te schrijven bij de inmiddels geschreven muziek. Dit is ook de tekst die wij vanmiddag gebruiken, hoewel inmiddels ook de oorspronkelijke tekst van Frost weer gebruikt mag worden.

terug^

Sleep

The evening hangs beneath the moon,
A silver thread on darkened dune.
With closing eyes and resting head
I know that sleep is coming soon.

Upon my pillow, safe in bed,
A thousand pictures fill my head.
I cannot sleep, my mind’s a-flight;
And yet my limbs seem made of lead.

If there are noises in the night,
A frightening shadow, flickering light,
Then I surrender unto sleep,
Where clouds of dream give second sight,
What dreams may come, both dark and deep,
Of flying wings and soaring leap
As I surrender unto sleep,
As I surrender unto sleep.

terug^

Antonín Dvořák (1841-1904) – Symfonie 8

Dvořák was de eerste van negen kinderen in een middenstands­gezin in Bohemen. Op zesjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste vioollessen van de schoolmeester, vanaf zijn twaalfde leerde hij ook piano en orgel te spelen. De muziekleraar overtuigde Antonins vader van zijn grote talent en toen hij zestien was mocht hij naar de orgelschool in Praag, waar hij ook begon met componeren. Bij gebrek aan een baan als organist werd hij vervolgens altviolist in het orkest van Komzák, dat vooral in cafés en op marktplaatsen speelde. Vanaf 1862 speelde dit orkest in het nieuwe Praagse Interimtheater, later onder leiding van Smetana in het Tsjechische Nationale Theater. Intussen schreef Dvořák strijkkwartetten, echter zonder daarvan iets te publiceren. Naast zijn werk aan het theater ging hij ook piano­lessen geven. Hij trouwde later met een van zijn leerlingen.

In 1870 stopte hij met zijn werk bij het orkest om meer tijd te hebben voor het componeren. Vanaf 1871 werden liederen en kamermuziek van hem uitgevoerd. Met zijn keuze voor een nationaal Tsjechisch verhaal als uitgangspunt voor zijn hymne Die Erben des Weißen Berges brak hij door bij het grote publiek. Zijn eerste operacompositie, Alfred (1870), is tijdens zijn leven niet uitgevoerd. Zijn tweede, De koning en de kolenbrander (1871), bleek eerst te virtuoos. Een herziene versie werd in 1874 met succes uitgevoerd. Met hulp van Brahms vond Dvořák ook de weg naar de internationale podia. Naast zijn Slavische Dansen werd in Engeland vooral zijn vocale muziek enthousiast ontvangen.

In 1892 onderbrak hij zijn docentschap aan het Praags conserva­torium om voor drie jaar directeur te zijn van het nieuw gestichte National Conservatory of Art in New York. Daar verdiende hij wel 25 maal zoveel als in Praag en had hij ook nog tijd voor dirigeren en componeren. Hier ontstond onder andere zijn meest gespeelde werk, Symfonie 9, Aus der Neuen Welt.

Symfonie 8, bijgenaamd de Engelse symfonie, stamt uit de zomer van 1889, toen Dvořák verbleef op het landgoed van zijn zwager in Vysoká. Zoals vaker, vond Dvořák zijn inspiratie in belangrijke mate in de natuur. Hoewel het stuk de structuur van een klassieke symfonie volgt, bevat het veel verrassingen. Het eerste deel wordt ingeleid door de cello’s met een langzame klaagzang die beweegt van G-klein naar G-groot, de eigenlijke toonsoort van deze symfonie. Al snel is dan vogelgezang te horen bij de dwarsfluiten en komt er meer vrolijkheid in de muziek. Het tweede deel valt op door zijn rijkdom aan stemmingen en beelden, en wisselt van C-klein naar C-groot. Het derde deel is gebouwd op een licht melancholische melodie in G-klein, maar eindigt in een jubelend G-groot. Tenslotte kondigt een fanfare van trompetten het vierde deel aan, dat een waardige èn afwisselende finale vormt van deze romantische symfonie.

terug^

Ralph Vaughan Williams (1872-1958) – Serenade to Music

Toen Vaughan Williams nog geen 2½ jaar oud was, overleed zijn vader, die dominee en schoolmeester was in Gloucestershire. Zijn moeder verhuisde toen met hem naar haar ouderlijk huis, Leith Hill Place in Surrey, waar zij introkken bij haar ouders en vrijgezelle zus. Daar groeide Ralph op in een gegoede en cultureel ingestelde omgeving. Hij leerde lezen van zijn grootmoeder en pianospelen van zijn tante. De muziek wekte zijn interesse, al snel ontdekte hij zijn voorkeur voor viool en altviool. Op school vond hij aansluiting bij een muzikale onderdirecteur en hij kreeg vioolles van een Ierse docent. In 1890 ging hij naar het Royal College of Music in Londen, waar hij studeerde bij Hubert Parry en Charles Stanford. Hij vervolgde hij zijn muziekstudie o.a. aan het Trinity College in Cambrige, bij Max Bruch in Berlijn en bij Maurice Ravel in Parijs.

In 1905 werd Vaughan Williams muzikaal leider van het Leith Hill Musical Festival. In 1910 verscheen zijn eerste grote werk, A Sea Symphony, voor soli, koor en orkest op een tekst van Walt Whitman. In de Eerste Wereldoorlog was hij als militair in Frankrijk. Deze jaren lieten een diepe indruk bij hem na en beïnvloedden vooral zijn derde symfonie. In 1919 werd hij docent compositie aan het Royal College of Music.

Vanaf 1903 ontwikkelde hij als componist een veelzijdig oeuvre. Samen met zijn vriend en collega Gustav Holst spoorde hij Britse volksliedjes op. Hij vond zijn inspiratie vaak in de Britse renaissance-muziek en de Britse volksmuziek, waardoor hij bewust een breuk creëerde met de toen nog vooral Duitse oriëntatie in de Engelse muziek. Hij schreef voor koor en orkest, voor symfonieorkest en voor harmonie, maar ook kamermuziek en stukken voor orgel, piano of zang. En behalve negen symfonieën schreef hij ook concerten, kerkmuziek, ballet- en dansmuziek, toneelmuziek, opera en filmmuziek. Buiten Engeland werd hij vooral bekend door zijn muziek voor harmonieorkest of militaire kapel. Heel populair werd zijn Fantasia on Greensleeves, gebaseerd op een renaissancelied.

Serenade to Music werd in 1938 geschreven als eerbetoon aan de dirigent Sir Henry Wood, ter gelegenheid van de 50e verjaardag van diens eerste concert. Het stuk is oorspronkelijk gecomponeerd voor zestien solostemmen en orkest. De tekst is een bewerking van een gesprek over muziek in Act V, Scene I van Shakespeares De Koopman van Venetië. Op het jubileumconcert speelde Rachmaninoff voor de pauze zijn Tweede Pianoconcert. Toen hij na de pauze de Serenade to Music hoorde, was hij zo overweldigd door de schoonheid van de muziek dat hij moest huilen. Omdat zestien solozangers nogal veel gevraagd is, heeft Vaughan Williams later ook andere versies gemaakt, waaronder een voor koor en orkest.

terug ^

Serenade to Music

– How sweet the moonlight sleeps upon this bank!
Here will we sit, and let the sounds of music
Creep in our ears: soft stillness and the night
Become the touches of sweet harmony
Look, how the floor of heaven
Is thick inlaid with patines of bright gold:
There’s not the smallest orb that thou behold’st
But in his motion like an angel sings
Still quiring to the young-eyed cherubins;
Such harmony is in immortal souls;
But, whilst this muddy vesture of decay
Doth grossly close it in, we cannot hear it
Come, ho! and wake Diana with a hymn:
With sweetest touches pierce your mistress’ ear
And draw her home with music

– I am never merry when I hear sweet music

– The reason is, your spirits are attentive:
The man that hath no music in himself
Nor is not mov’d with concord of sweet sounds
Is fit for treasons, stratagems and spoils;
The motions of his spirit are dull as night
And his affections dark as Erebus:
Let no such man be trusted… Music! hark!

– It is your music of the house

– Methinks it sounds much sweeter than by day

– Silence bestows that virtue on it

– How many things by season season’d are
To their right praise and true perfection!
Peace, ho! the moon sleeps with Endymion
And would not be awak’d
Soft stillness and the night
Become the touches of sweet harmony

terug^

Nahia Vicente Elordi (2005) – Balea

Elordi is geboren in San Sebastian aan de Baskische kust en komt uit een familie van vissers en nettenboeters, die ook een vissersboot bezaten. Elordi houdt al van jongs af aan van muziek. Die studeerde klassieke fluit en piano, maar is ook zeer geïnteresseerd in popmuziek, jazz en zang. Die blijft genieten van muziek en begrijpt de kracht ervan om mensen samen te brengen. Elordi is begonnen met compositie studeren in San Sebastian, en studeert nu verder aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Over het symfonisch gedicht Balea schrijft de componist:

Mijn jeugd was gevuld met zeemansverhalen die mijn moeder me voor het slapengaan vertelde. Tot op de dag van vandaag luister ik tijdens het avondeten, of vanaf het balkon met uitzicht op de haven, gefascineerd naar verhalen over de zee. Zoals toen oma Adela de boot naar San Sebastian loodste om naar een populaire roeiwedstrijd te kijken, of toen oom José Mari op een nacht in zee viel bij de stad Getaria en het een wonder was dat ze hem midden in de storm konden vinden en zijn leven konden redden. Door deze familieverhalen, vol verwondering en gevaar, stel ik me de gevoelens en landschappen voor die ervaren worden vanaf een boot.

Ik voel een diepe liefde voor de zee; ze kalmeert me, geeft me leven en inspireert me diep. Ik ben me ook bewust van haar ongelooflijke capaciteit om ecosystemen te huisvesten en het leven op aarde in evenwicht te houden. Daarom vecht ik voor de bescherming van de zee in deze tijd, waarin vervuiling en het uitsterven van soorten steeds zorgwekkender worden.

Het stuk “Balea” noemen (walvis in het Baskisch) is een eerbetoon aan dit zeedier dat me fascineert en me verbindt met de grootsheid en wijsheid van de zee.”

Na de eerste uitvoering in juni 2025 door het HSSO Valerius heeft Elordi het stuk uitgebreid en aangepast voor een groter orkest plus een koor. De gezongen tekst is gebaseerd op een traditioneel Baskisch wiegeliedje.

Balea bestaat uit tien delen, die direct op elkaar aansluiten. We volgen een schip op zee in weer en wind, bij dag en nacht, en horen op het laatst in de verte het gezang van een walvis.

Balea
Itsasoa laino dago,
Baionako barraraino.
Nik zu zaitut maitiago 
txoriak bere umiak baino.
Nik zu zaitut maitiago
arraintxoek ura baino.

De walvis
De zee is mistig,
tot aan Bayonne.
Ik hou meer van jou
dan vogels van hun jongen.
Ik hou meer van jou
dan kleine visjes van het water.

terug^

George Gershwin (1898-1937) – Summertime Medley

Gershwin werd geboren in New York als tweede van vier kinderen in het gezin van twee Joodse immigranten uit het Russische keizerrijk. Als tienjarige werd hij door de muziek gegrepen tijdens een vioolconcert van zijn vriend Maxie Rosenzweig. Rond die tijd hadden zijn ouders een piano aangeschaft voor zijn oudere broer Ira, maar al snel was het George die er voortdurend op speelde. Op zijn vijftiende ging hij werken voor een muziekuitgever als plugger van songs en drie jaar later publiceerde hij zelf zijn eerste song. Hij had al snel succes met de songs die hij componeerde, meestal op teksten van Ira, en die vaak hun weg vonden naar Broadway. Samen met Ira schreef hij vanaf 1924 diverse succesvolle musicals, met talloze songs die nog steeds grote bekendheid genieten.

Zijn eerste grote compositie was de populaire Rhapsody in Blue (1924) voor piano en orkest, met Gershwin’s typerende combinatie van diverse muziekstijlen, in het bijzonder jazz en klassiek. Een jaar later volgde het bekende Pianoconcert in F. Tijdens een korte periode in Parijs probeerde hij tevergeefs compositie te studeren bij o.a. Nadia Boulanger en Maurice Ravel, maar hij werd steeds afgewezen. In de woorden van Ravel: “Waarom wilt u een tweederangs Ravel worden terwijl u een eersterangs Gershwin bent?”. Intussen schreef hij in Parijs wel het eerste manuscript voor het bekende An American in Paris (1928), waarvoor hij vier Parijse taxiclaxons meenam naar New York. Op basis van een toneelstuk van Dorothy en DuBose Heyward componeerde hij in 1934 de beroemde opera Porgy and Bess – al is dit volgens sommigen eerder een ambitieuze musical dan een opera.

De Summertime medley bestaat uit (delen van) drie songs: Summer­time uit de opera Porgy and Bess (1934), Someone to Watch Over Me uit de musical Oh, Kay (1926) en I Got Rhythm uit de musical Girl Crazy (1930).

terug^

Summertime

Summertime, and the livin’is easy,
Fish are jumpin’ and the cotton is high.
Oh, your daddy’s rich and your ma is good lookin’,
So hush little baby, don’t you cry.

One of these mornin’s you’re gonna rise up singing,
Then you’ll spread your wings and you’ll take to the sky.
But till that mornin’ there’s a nothing can harm you
With daddy and mammy standing by.

Someone to watch over me

There’s a somebody I’m longing to see,
I hope that he turns out to be
Someone who’ll watch over me.

I’m a little lamb who’s lost in the wood,
I know I could always be good
To one who’ll watch over me.

Although he may not be the man
Some girls think of as handsome,
To my heart he carries the key.

Won’t you tell him please to put on some speed,
Follow my lead, Oh how I need
Someone to watch over me.

Although he may not be the man
Some girls think of as handsome,
To my heart he carries the key.

Oh how I need someone to watch over me.

I got Rhythm

I got rhythm, I got music,
I got my man, who could ask for anything more?

I got daisies in green pastures,
I got my man, who could ask for anything more?

Old man trouble, I don’t mind him,
You won’t find him, you won’t find him knocking on my door.

I got starlight,
I got sweet dreams,
I got my man, who could ask for anything more?
Who could ask for anything more!

terug^

Arne Visser, dirigent

Arne Visser

Tubaïst, dirigent en docent Arne Visser is een veelzijdig musicus met een brede interesse en een groot werkgebied. Hij dirigeerde onder andere bij orkest De Ereprijs, bij ensembles van onder andere het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Nederlands Blazers Ensemble, het Residentieorkest en diverse conservatoria. Daarnaast passeerden popconcerten met onder andere Lakshmi, Pink Floyd bands, Queen in Concert met het Prestige Choir en Indiase Bollywoodzangers de revue.

Naast zijn volle concertagenda doceert Arne op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en het bijbehorende Jong Koninklijk Conservatorium, en is hij jurylid bij diverse concoursen. https://arnevisser.com

Patrick van der Linden, koordirigent

Patrick van der Linden

Patrick van der Linden is een bevlogen dirigent en muziektheoreticus die inspireert om samen muziek te maken. Hij studeerde koordirectie, orkestdirectie en muziektheorie aan diverse conservatoria en neemt voortdurend initiatieven om kennis van muziek over te dragen tijdens uiteenlopende muzikale projecten.

In 2008 richtte Patrick Ars Musica op. Hij leidt het Ars Musica Concertkoor, Kamerkoor en Orkest, het Zeeuws Vocaal Ensemble en het Haags Toonkunstkoor. Als docent aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag zet hij zich in voor de ontwikkeling van jong talent. Daarnaast geeft hij concertinleidingen en muzikale presentaties, en is een graag geziene coach bij bedrijven en muziekensembles. Patrick voelt zich musicus in hart en nieren, maar is breed geïnteresseerd: hij studeerde ook economie en verdiept zich graag in andere kunstvormen, filosofie, (kunst)symboliek, geschiedenis en religie.

terug^

Xander Wassenaar, concertmeester

Xander Wassenaar

Xander komt uit een muzikale familie, waar zelf muziek maken heel natuurlijk was. Toen hij vijf jaar was, luisterde hij samen met zijn moeder urenlang naar het vioolconcert van Mendelssohn. Hij was ervan overtuigd dat hij viool zou gaan spelen.

Xander begon met vioollessen voor kleuters. Via Chris Duindam van de school voor jong talent in Utrecht, kwam hij op 10-jarige leeftijd op het (Jong) Koninklijk Conservatorium in Den Haag terecht. In juni 2025 behaalde hij hier zijn bachelor.

Xander wil zich verder ontwikkelen als orkestdirigent Hij vindt het uitdagend om muziek een ander jasje te geven. Hij wil graag laten zien wat er nog meer met muziek gedaan kan worden dan het volgen van de traditionele paden.

Zohra Jongerius, concertmeester

Zohra Jongerius

Zohra Jongerius studeert Klassiek Viool aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Ilona Sie Dhian Ho. Daarnaast volgt zij een minor Barokviool bij Enrico Gatti, nadat ze enkele jaren privélessen kreeg van Shunske Sato.

De afgelopen jaren nam zij deel aan diverse vioolconcoursen, waaronder het Prinses Christina Concours en het Nederlands Vioolconcours, waar ze de tweede prijs behaalde.

Tijdens haar studie deed Zohra ruime ervaring op in zowel orkest- als ensemblespel. Zo liep ze stage bij Holland Baroque en is ze regelmatig actief bij organisaties als Residentie Bachensembles en de CantateKaravaan. Sinds 2024 is zij concertmeester van Valerius, waar ze in 2025 soleerde met het Vioolconcert van Sibelius.

Ze bespeelt een Cuypers viool uit 1770, in bruikleen van het Muziekinstrumentenfonds.

terug^

Dārta Liepina, sopraan

Darta Liepina

De Letse sopraan Dārta Liepiņa doet een master in klassieke zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, onder de docenten Rita Dams en Nikki Treurniet. Zij volgt een nieuwe specialisatie voor het kunstlied, een masterstudie met nadruk op het klassieke liedrepertoire.

In 2025 behaalde zij aan hetzelfde conservatorium haar bachelordiploma klassieke zang met een minor in oude muziek. Dārta is zowel soliste als ensemblezangeres en heeft samengewerkt met ensembles zoals Het Muziek, Ars Musica en Música Temprana. Daarnaast is ze lid van het koor Cappella Amsterdam.

Dārta wordt geprezen voor haar interpretaties van J.S. Bach. Ze heeft meegewerkt aan verschillende opnames, trad op bij het Festival Oude Muziek in Utrecht en was te horen op de NTR Zaterdagmatinee.

Lars Klamer, bas-bariton

Lars Klamer

Als kind volgde Lars Klamer gitaar- en zangles en vond daar het plezier van zelf muziek maken. Tijdens zijn studententijd sloot hij zich aan bij een studentenkoor en dat groeide uit tot een serieuze passie.

Na zijn universitaire studie besloot Lars zijn hart te volgen en startte hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij werd opgeleid als bas-bariton.

Lars heeft een grote liefde voor zowel oude muziek als opera, oratorium en koorrepertoire, en hij beweegt zich moeiteloos tussen verschillende stijlen. Hij treedt regelmatig op als solist bij concerten en muziektheaterproducties. Zijn solowerk wordt gekenmerkt door warmte en een oprechte betrokkenheid bij tekst en expressie.

terug^

Bataafs Symfonieorkest en Valerius Studentenorkest

Viool
Alex Huikeshoven
Anna Titia Hoogslag
Annelieke Duker
Aysenur Ozmen
Beyoncé de Meza
Bram Heemskerk
Charlotte Jacquenod
Daniel Schrijver
Edie Kok
Eva Goeyenbier
Flore Mouton
Gabriela Borges Da Costa Hofton
Gerdi Hartgerink
Laury de Gruyter
Maaike Napolitano
Margriet de Boer
Marileen Loopik
Marlijn Lenselink
Monika Major
Nienke Schuil
Noortje Berendsen
Nynke Ariesen
Partizia Sileon
Rani Goli
Ruben Timmerman
Valentina Lomanovich
Xander Wassenaar
Zohra Jongerius

Altviool
Bart Maliy
Gregor Walz
Greta Schmitz
Rozemarijn Slikkerveer

Cello
Eero Suominen
Eszter Horváth
Janneke van Vliet
Kyrre Farsund
Maria Sperling
Mariska Smits
Michelle Scheltus
Renee Statema
Willemijn Phillipson
Yvonne de Leur

Contrabas
Eline Toebes
Peter Wesstein

Fluit / piccolo
Annie Huang
Felix Smits
Gioia Haagmans
Lydia Schotman
Sandra Duijndam
Tille Vergeylen

Hobo/Althobo
Henk Don
Mirjam Post
Patrick Terpstra

Klarinet
Christiaan Dalebout
Daniel Purisch
Matthijs Wiegant

Fagot
Martine Reurings
Pauline Zijlker
Welmoet van der Feltz

Hoorn
Bart Sprinkhuizen
Kimberley Wilkens
Margriet van der Wel
Thomas Mennill

Trompet
Andrew Dillon
Fredrik Jirlow
Geordie Bregman
Jaap Roggeveen
Jan Erik Ruppert

Trombone
Adri Voermans
Dick Langbroek
Dirk Posthuma de Boer

Tuba
Ilse Bloemsma

Slagwerk/Pauken
Bote Scholtens
Job Harink
Marjorie van der Kruijs

Harp
Viéra Rousse

Verteller
Petra van de Leur

terug^

Het Haags Toonkunstkoor

Sopraan
Ariëtta van Olphen
Carolien van der Ham
Darcy van Eerten
Edith Heijting
Ella Kok
Erika de Vreugt
Indra Ruisch
Judith Dop
Leantine Mulder
Margriet Visee
Marijke Farahani
Marlies Alberts
Marloes Rekveldt
Maud Boiten
Ria Roelands
Stéphanie Toorenburg
Suus Hootsmans
Willyanna Heidaeshoven

Alt
Anke Swets
Anneke van Harmelen
Barbara Lubbers
Deborah Olthoff
Duifke Spoelstra
Elizabeth van Bemmel
Emilie Griffioen
Femke Nales
Gerdy van ’t Hoff
Helcha Prins
Jacqueline Boersma
José van den Akker
Liudmyla Shamal
Maria Blackmon
Marjolijn Poutsma
Marleen van der Meer Mohr
Michiko Lodder
Mieke Klaver
Mirjam van Avezaath
Mitou van der Harst
Monique de Kruijf

terug^


Oda Kok
Petra Kessler
Saskia Vredenberg
Sineke Puister
Theodora Loman
Wineke Meeuws
Yvonne Stassen

Tenor
Auke Oevering
Bert Elbersen
Christophe de Hoog
Erik Visee
Ewout Voskamp
Gé Brussaard
Gertjan Doucet
Gert-Jan Hofman
Henk Baak
Jorrit Mulder
Matthijs vd Deijl
Peter Versteegh

Bas
Arie de Ruijter
Bert Kraaijpoel
Carel Bense
Casper Starink
Christiaan van der Harst
Dick Tissink
Emiel Vogels
Eric de Graaff
Ger van der Werf
Harm Peters
Hermann Buss
Johan Bodrij
Kees van Weeren
Leo Bedaux
Marc Kessler
Michiel Busch
Pieter Maessen
Stan van Walstijn

terug^